·Susan Cabot·7 minvennootschapsbelastingVPBtarieven 2026aftrekposten

Vennootschapsbelasting 2026: Tarieven, Aftrekposten en Aandachtspunten

De vennootschapsbelasting (VPB) is de belasting op winst van rechtspersonen. Dit artikel bespreekt de actuele tarieven voor 2026, de belangrijkste aftrekposten en aandachtspunten voor ondernemers met een BV of NV.

Vennootschapsbelasting 2026: Tarieven, Aftrekposten en Aandachtspunten

De vennootschapsbelasting (VPB) is de belasting die wordt geheven over de winst van in Nederland gevestigde rechtspersonen, zoals besloten vennootschappen (BV's) en naamloze vennootschappen (NV's). Daarnaast zijn stichtingen en verenigingen die een onderneming drijven eveneens VPB-plichtig. De VPB is geregeld in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet VPB 1969). In dit artikel behandelen wij de tarieven, de grondslag, de belangrijkste aftrekposten en actuele aandachtspunten voor 2026.

Tarieven 2026

Nederland kent een gestaffeld VPB-tarief met twee schijven:

  • Eerste schijf: Over de belastbare winst tot en met € 200.000 geldt een tarief van 19%.
  • Tweede schijf: Over de belastbare winst boven € 200.000 geldt een tarief van 25,8%.
  • Deze tarieven zijn in 2026 ongewijzigd ten opzichte van de voorgaande jaren. De schijfgrens van € 200.000 vormt een belangrijk omslagpunt. Voor ondernemingen met een winst rondom dit bedrag kan het lonend zijn om de winstplanning hierop af te stemmen.

    Effectief tarief

    Het effectieve VPB-tarief hangt af van de hoogte van de belastbare winst. Een vennootschap met een belastbare winst van exact € 200.000 betaalt € 38.000 aan VPB (19%). Een vennootschap met een belastbare winst van € 400.000 betaalt € 38.000 + € 51.600 = € 89.600, wat neerkomt op een effectief tarief van circa 22,4%.

    Grondslag: De Belastbare Winst

    De belastbare winst is het uitgangspunt voor de VPB-heffing. De belastbare winst wordt als volgt bepaald:

  • Fiscale winst: De totaalwinst volgens fiscale regels, bepaald op basis van goed koopmansgebruik (artikel 3.25 Wet IB 2001 jo. artikel 8 Wet VPB 1969).
  • Aftrek van verrekenbare verliezen: Verliezen uit voorgaande jaren of het volgende jaar kunnen onder voorwaarden worden verrekend.
  • Goed koopmansgebruik

    De fiscale winstberekening wijkt op diverse punten af van de commerciele jaarrekening. Goed koopmansgebruik is het leidende beginsel en omvat onder meer het realisatiebeginsel, het voorzichtigheidsbeginsel en het matchingbeginsel. In de praktijk betekent dit dat:

  • Opbrengsten worden verantwoord op het moment dat zij zijn gerealiseerd.
  • Kosten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben.
  • Voorzieningen mogen worden gevormd voor toekomstige verplichtingen die hun oorsprong vinden in feiten en omstandigheden die zich voor de balansdatum hebben voorgedaan.
  • Verliesverrekening

    Sinds 2022 gelden gewijzigde regels voor de verliesverrekening in de VPB. De achterwaartse verliesverrekening (carry-back) is beperkt tot een jaar. De voorwaartse verliesverrekening (carry-forward) is in beginsel onbeperkt in de tijd, maar kent een kwantitatieve beperking:

  • Verliezen zijn volledig verrekenbaar tot € 1.000.000 aan belastbare winst.
  • Boven € 1.000.000 is slechts 50% van de belastbare winst verrekenbaar met verliezen.
  • Dit betekent dat zeer winstgevende ondernemingen die aanzienlijke verliezen uit het verleden hebben, deze slechts geleidelijk kunnen verrekenen. De wetgever beoogt hiermee een minimale belastingafdracht te waarborgen voor grote ondernemingen.

    Belangrijke Aftrekposten en Faciliteiten

    Investeringsaftrek

    De investeringsaftrek is een faciliteit die investeringen in bedrijfsmiddelen stimuleert. De belangrijkste vormen zijn:

  • Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA): Een percentage van het investeringsbedrag dat in mindering komt op de winst. In 2026 geldt de KIA voor investeringen tussen circa € 2.600 en € 353.000. Het percentage varieert van 28% bij lagere investeringen tot een afnemend bedrag bij hogere investeringen.
  • Energie-investeringsaftrek (EIA): Een extra aftrek van 45,5% voor investeringen in energiebesparende bedrijfsmiddelen en duurzame energie. De bedrijfsmiddelen moeten voorkomen op de Energielijst.
  • Milieu-investeringsaftrek (MIA): Een extra aftrek van 27% tot 45% voor investeringen in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen die op de Milieulijst staan.
  • Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL): De mogelijkheid om tot 75% van de investering willekeurig af te schrijven.
  • Afschrijvingen

    Bedrijfsmiddelen worden afgeschreven over hun verwachte gebruiksduur. Voor de VPB gelden specifieke afschrijvingsbeperkingen:

  • Goodwill: Minimale afschrijvingsduur van 10 jaar.
  • Gebouwen in eigen gebruik: Afschrijving tot maximaal 50% van de WOZ-waarde.
  • Gebouwen ter belegging: Afschrijving tot maximaal 100% van de WOZ-waarde.
  • Liquidatieverliesregeling

    Bij liquidatie van een deelneming kan onder voorwaarden een liquidatieverlies ten laste van de winst worden gebracht. Sinds de wetswijziging van 2021 is deze regeling echter aanzienlijk beperkt. Het liquidatieverlies is in beginsel gemaximeerd op € 5 miljoen per deelneming, tenzij sprake is van een EU/EER-deelneming met een belang van ten minste 25% en bepaalde substance-eisen zijn vervuld.

    Fiscale Eenheid

    De fiscale eenheid voor de VPB stelt een moedermaatschappij in staat om samen met een of meer dochtervennootschappen als een belastingplichtige te worden behandeld. Voordelen zijn onder meer:

  • Horizontale en verticale verliesverrekening binnen de groep.
  • Onderlinge transacties worden genegeerd voor de VPB.
  • Slechts een aangifte hoeft te worden ingediend.
  • Vereisten voor de fiscale eenheid zijn onder meer dat de moedermaatschappij ten minste 95% van de aandelen houdt in de dochtermaatschappij, en dat beide vennootschappen in Nederland zijn gevestigd. Nadelen kunnen zich voordoen bij verbreking van de fiscale eenheid of bij de toepassing van de renteaftrekbeperkingen.

    Renteaftrekbeperkingen

    De VPB kent diverse renteaftrekbeperkingen die de aftrekbaarheid van rentekosten beperken:

    Earningstrippingregeling (artikel 15b Wet VPB 1969)

    De earningstrippingregeling is de belangrijkste generieke renteaftrekbeperking. Het saldo van de verschuldigde en ontvangen rente (netto-rentekosten) is aftrekbaar tot het hoogste van:

  • 24,5% van de fiscale EBITDA (in 2026), of
  • € 1.000.000.
  • Niet-aftrekbare rente kan onbeperkt worden doorgeschoven naar latere jaren. De regeling kent een uitzondering voor zelfstandige groepsmaatschappijen (stand-alone bepaling) en voor openbare infrastructuurprojecten.

    Anti-misbruikbepalingen

    Naast de earningstrippingregeling gelden specifieke anti-misbruikbepalingen die renteaftrek beperken in geval van winstdrainage (artikel 10a Wet VPB 1969), het gebruik van hybride financieringsvormen en bepaalde overnames met overmatige schuldfinanciering.

    Aangifte en Betaling

    Aangiftetermijn

    De aangifte VPB over het boekjaar 2026 moet worden ingediend binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar. Voor vennootschappen met een boekjaar gelijk aan het kalenderjaar is de uiterste datum 1 juni 2027. Uitstel kan worden aangevraagd, waardoor de termijn wordt verlengd tot vijf maanden na de oorspronkelijke termijn.

    Voorlopige aanslag

    Op basis van de verwachte belastbare winst kan een voorlopige aanslag worden opgelegd. Het is raadzaam om de voorlopige aanslag zo nauwkeurig mogelijk te laten vaststellen om belastingrente te voorkomen. Belastingrente over de VPB wordt berekend vanaf zes maanden na afloop van het boekjaar.

    Actuele Ontwikkelingen 2026

    Pijler 2: Minimumbelasting

    In het kader van de OESO/G20 Inclusive Framework is per 2024 de Wet minimumbelasting 2024 in werking getreden. Deze wet implementeert de Global Anti-Base Erosion Rules (GloBE) en introduceert een minimaal effectief belastingtarief van 15% voor multinationale groepen met een geconsolideerde omzet van ten minste € 750 miljoen. In 2026 zijn alle onderdelen van de Pijler 2-regels operationeel, inclusief de bijheffing voor laagbelaste groepsentiteiten (UTPR).

    Aanpassing verrekenprijzen

    De verrekenprijsregels (transfer pricing) blijven een belangrijk aandachtspunt. De Belastingdienst hanteert het arm's-lengthbeginsel (artikel 8b Wet VPB 1969) en de OESO Transfer Pricing Guidelines. Recente jurisprudentie en beleidswijzigingen benadrukken het belang van adequate documentatie (master file en local file) en tijdige Country-by-Country Reporting.

    Conditionele bronbelasting

    Sinds 2021 heft Nederland een conditionele bronbelasting op rente- en royaltybetalingen aan gelieerde lichamen in laagbelastende jurisdicties en in misbruiksituaties. Per 2024 is de reikwijdte uitgebreid tot dividendbetalingen. In 2026 bedraagt het tarief van de conditionele bronbelasting 25,8%, gelijk aan het hoogste VPB-tarief.

    Optimalisatie

    Bij het optimaliseren van de VPB-positie zijn diverse strategieen te overwegen:

  • Timing van kosten en opbrengsten: Het naar voren halen van kosten of het uitstellen van opbrengsten kan de winst in een bepaald jaar drukken.
  • Investeringsplanning: Het bundelen of spreiden van investeringen om optimaal gebruik te maken van de KIA.
  • Dividendbeleid: De verhouding tussen loon en dividend voor dga's beinvloedt de totale belastingdruk (VPB + IB box 2).
  • Verliesbenutting: Het benutten van beschikbare verliesverrekening door tijdige winstplanning.
  • Conclusie

    De VPB blijft een complex onderdeel van het Nederlandse belastingstelsel. De combinatie van tarieven, aftrekposten, renteaftrekbeperkingen en internationale ontwikkelingen vereist zorgvuldige aandacht. Ondernemers met een BV of NV doen er goed aan om periodiek hun fiscale positie te laten beoordelen door een deskundig adviseur.

    Dit artikel is uitsluitend informatief en vormt geen fiscaal advies. Raadpleeg een belastingadviseur voor uw specifieke situatie.