·Susan Cabot·6 minerfbelastingschenkbelastingvrijstellingensuccessiewet

Erf- en Schenkbelasting 2026: Vrijstellingen, Tarieven en Planningsstrategieen

De erf- en schenkbelasting raken veel Nederlanders bij vermogensoverdracht. Dit artikel bespreekt de vrijstellingen, tariefgroepen en planningsstrategieen voor 2026 op basis van de Successiewet 1956.

Erf- en Schenkbelasting 2026: Vrijstellingen, Tarieven en Planningsstrategieen

De erf- en schenkbelasting zijn geregeld in de Successiewet 1956 (SW 1956) en worden geheven bij de verkrijging van vermogen door overlijden (erfbelasting) of door schenking (schenkbelasting). Deze belastingen raken vrijwel iedere Nederlander op enig moment in het leven, hetzij als verkrijger, hetzij als schenker of erflater. In dit artikel bespreken wij de actuele vrijstellingen, tarieven en mogelijkheden voor fiscale planning in 2026.

Tariefstructuur

De erf- en schenkbelasting kennen een progressief tarievenstelsel dat afhankelijk is van de relatie tussen de verkrijger en de erflater of schenker. Er worden twee tariefgroepen onderscheiden:

Tariefgroep I

Tariefgroep I geldt voor verkrijgingen door de partner en kinderen (en hun afstammelingen):

| Belaste verkrijging | Tarief | |---|---| | € 0 - € 138.642 | 10% | | Boven € 138.642 | 20% |

Tariefgroep IA

Tariefgroep IA geldt voor verkrijgingen door kleinkinderen:

| Belaste verkrijging | Tarief | |---|---| | € 0 - € 138.642 | 18% | | Boven € 138.642 | 36% |

Tariefgroep II

Tariefgroep II geldt voor alle overige verkrijgers (broers, zusters, neven, nichten, derden):

| Belaste verkrijging | Tarief | |---|---| | € 0 - € 138.642 | 30% | | Boven € 138.642 | 40% |

De tariefreductie voor partners en kinderen weerspiegelt de maatschappelijke opvatting dat vermogensoverdracht binnen het kerngezin minder zwaar moet worden belast dan overdracht aan verdere familie of derden.

Vrijstellingen Erfbelasting 2026

Bij iedere verkrijging krachtens erfrecht geldt een vrijstelling, afhankelijk van de relatie tot de erflater:

  • Partner: circa € 795.000
  • Kinderen en kleinkinderen: circa € 25.187
  • Zieke en gehandicapte kinderen: circa € 63.650
  • Ouders: circa € 55.900
  • Overige verkrijgers: circa € 2.418
  • De partnervrijstelling is veruit de hoogste en biedt de langstlevende partner in veel gevallen bescherming tegen erfbelasting. De vrijstelling voor kinderen is aanzienlijk lager, wat betekent dat bij grotere nalatenschappen de kinderen doorgaans wel erfbelasting verschuldigd zijn.

    Pensioenimputatie

    Op de partnervrijstelling wordt een pensioenimputatie toegepast. Dit houdt in dat de waarde van het pensioen of de lijfrente waarop de partner recht heeft, in mindering wordt gebracht op de partnervrijstelling. In de praktijk kan dit ertoe leiden dat de effectieve partnervrijstelling lager uitvalt dan het hierboven genoemde maximumbedrag.

    Vrijstellingen Schenkbelasting 2026

    Bij schenkingen gelden de volgende jaarlijkse vrijstellingen:

  • Kinderen: circa € 6.633 per jaar
  • Eenmalig verhoogde vrijstelling kinderen (18-40 jaar): circa € 31.613
  • Overige verkrijgers: circa € 2.418 per jaar
  • Eenmalig verhoogde vrijstelling

    De eenmalig verhoogde vrijstelling voor kinderen tussen 18 en 40 jaar bedraagt in 2026 circa € 31.613. Deze vrijstelling kan eenmalig worden benut in plaats van de reguliere jaarlijkse kindvrijstelling. De vrijstelling kan worden gespreid over drie achtereenvolgende jaren, mits het totaal niet boven het maximumbedrag uitkomt.

    Afschaffing jubelton

    De jubelton -- de verhoogde schenkingsvrijstelling ten behoeve van de eigen woning -- is per 1 januari 2024 volledig afgeschaft. Schenkingen ten behoeve van de eigen woning vallen sindsdien onder de reguliere vrijstellingen. Dit is een ingrijpende wijziging die het lastiger maakt om de volgende generatie belastingvrij te helpen bij de aankoop van een woning.

    De Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)

    De bedrijfsopvolgingsregeling is de belangrijkste fiscale faciliteit voor de overdracht van ondernemingsvermogen. De BOR voorziet in een gehele of gedeeltelijke vrijstelling van erf- en schenkbelasting bij de verkrijging van ondernemingsvermogen.

    Voorwaarden BOR

    De BOR is van toepassing indien aan de volgende hoofdvoorwaarden is voldaan:

  • Onderneming: Er moet sprake zijn van een objectieve onderneming in de zin van de Wet IB 2001, of van een medegerechtigdheid, of van een aanmerkelijkbelangaandeel in een vennootschap die een onderneming drijft.
  • Bezitseis: De erflater of schenker moet de onderneming gedurende een bepaalde periode hebben bezeten: vijf jaar bij schenking, een jaar bij overlijden.
  • Voortzettingseis: De verkrijger moet de onderneming gedurende vijf jaar voortzetten.
  • Omvang vrijstelling

    De BOR voorziet in de volgende vrijstelling:

  • 100% vrijstelling over de eerste circa € 1.325.253 aan ondernemingsvermogen (de goingconcernwaarde).
  • 83% vrijstelling over het meerdere.
  • Het niet-vrijgestelde deel kan worden betaald met gebruikmaking van een betalingsregeling (rentedragend uitstel van betaling gedurende tien jaar).

    Aanstaande wijzigingen

    De wetgever heeft aangekondigd dat de BOR per 2025 en 2026 op een aantal punten wordt aangepast. Belangrijke wijzigingen zijn:

  • Beleggingsvermogen: Aan derden verhuurd vastgoed kwalificeert in beginsel niet meer als ondernemingsvermogen voor de BOR, tenzij sprake is van een vastgoedonderneming met voldoende substantie.
  • Dienstbetrekkingeis: De verkrijger moet gedurende 36 maanden voorafgaand aan de schenking in dienstbetrekking zijn geweest bij de onderneming.
  • Versobering hoog ondernemingsvermogen: De vrijstelling van 83% boven de drempel wordt geleidelijk verlaagd.
  • Estate Planning

    Periodieke schenkingen

    Een effectieve strategie voor de overdracht van vermogen is het doen van jaarlijkse schenkingen binnen de vrijstellingsgrenzen. Door jaarlijks het maximale vrijgestelde bedrag te schenken aan kinderen (en eventueel kleinkinderen), kan over een periode van jaren een aanzienlijk vermogen belastingvrij worden overgedragen.

    Schenking op papier

    Bij een schenking op papier (schuldigerkenning uit vrijgevigheid) wordt een bedrag geschonken, maar niet daadwerkelijk uitbetaald. De schenker erkent een schuld aan de begiftigde, die pas opeisbaar wordt bij overlijden. Er moet jaarlijks een zakelijke rente (minimaal 6%) worden betaald over de schuld.

    Het voordeel is dat het vermogen in de schenking vastgeklikt wordt op het moment van de schenking, waardoor toekomstige waardegroei buiten de nalatenschap valt. Het nadeel is de jaarlijkse renteverplichting, die als inkomen bij de begiftigde kan worden belast.

    Testamentaire planning

    Een zorgvuldig opgesteld testament kan de erfbelastingdruk aanzienlijk verlagen. Mogelijkheden zijn onder meer:

  • Tweetrapstestament: De langstlevende verkrijgt het volledige vermogen, met een verwachterschap voor de kinderen. De erfbelasting bij de kinderen wordt uitgesteld tot het tweede overlijden.
  • Legaten: Het opnemen van specifieke legaten kan de verdeling optimaliseren.
  • Quasi-legaat: Clausules in een samenlevingscontract of huwelijkse voorwaarden die vermogen doen toekomen aan de langstlevende partner.
  • Levensverzekering

    Een levensverzekering kan worden ingezet als instrument voor estate planning. Door de begunstiging van de polis zorgvuldig te structureren, kan de uitkering buiten de nalatenschap vallen. Let wel: de uitkering is doorgaans wel belast met erfbelasting, maar de premiebetalingen kunnen onder de jaarlijkse schenkingsvrijstelling vallen.

    ANBI en SBBI

    Schenkingen en nalatenschappen ten behoeve van Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI's) en Sociaal Belang Behartigende Instellingen (SBBI's) zijn vrijgesteld van erf- en schenkbelasting. Dit biedt mogelijkheden voor belastingplichtigen die een deel van hun vermogen aan goede doelen willen nalaten.

    Daarnaast zijn schenkingen aan ANBI's aftrekbaar in de inkomstenbelasting (box 1), zij het met inachtneming van drempels en maxima.

    Internationale Aspecten

    De erf- en schenkbelasting kent een ruime reikwijdte voor Nederlandse ingezetenen: het wereldvermogen valt binnen de heffingsgrondslag. Bij emigratie geldt een fictie van tien jaar (artikel 3 SW 1956): een Nederlander die binnen tien jaar na emigratie overlijdt of een schenking doet, wordt geacht nog in Nederland te wonen.

    Belastingverdragen ter voorkoming van dubbele belasting op het gebied van de erf- en schenkbelasting zijn schaars. Nederland heeft slechts met een beperkt aantal landen dergelijke verdragen gesloten. In veel gevallen kan de eenzijdige regeling van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 uitkomst bieden.

    Conclusie

    De erf- en schenkbelasting vormen een wezenlijk onderdeel van de fiscale planning voor vermogende particulieren en ondernemers. De combinatie van vrijstellingen, tarieven en faciliteiten zoals de BOR biedt mogelijkheden, maar vereist zorgvuldige planning en deskundig advies. Vooral de aanstaande wijzigingen in de BOR maken het belang van tijdige planning groter dan ooit.

    Dit artikel is uitsluitend informatief en vormt geen fiscaal advies. Raadpleeg een belastingadviseur voor uw specifieke situatie.